Marjolijn Hof
Woorden
Heel vroeger hield ik van het woord welterusten (weltrusten, zei ik of weltrust). Totdat mijn vader me uitlegde wat het betekende: wel-te-rusten. Opeens was het een doodgewone, begrijpelijke wens in plaats van een geheimzinnig slaapwoord.
Ik was nooit bang voor woorden die ik niet kon duiden. Ook als ze niet zo mooi waren als het welterusten van voor de uitleg. Woorden die ik niet helemaal begreep prikkelden mijn fantasie en als dat niet zo was, sloeg ik ze gewoon over zonder er al te veel over na te denken. Ik hield er niet van woorden en teksten uit elkaar te trekken. Het duurde lang voordat ik het zinsontleden onder de knie had.
Om te leren lezen zijn er boeken met verschillende AVI-niveau’s. Ik heb zélf AVI-teksten geschreven. Teksten vol begrijpelijke woorden. Toch ben ik een voorstander van onbegrijpelijke woorden gebleven. Mits goed gedoseerd. Je kunt ze overslaan of uitpluizen. Je kunt je fantasie er op los laten of ze links laten liggen. Ze geven groeiruimte, zicht op iets voorbij de horizon.
De mooiste onbegrijpelijke woorden las ik als kind in de sprookjes van Andersen. Foedralen stond er in het boek. Het ging om zilveren foedralen waar geschenken in verpakt werden. Foedralen met presenten. Ik had geen idee wat een foedraal precies was. Een buitengewone verpakking, zo stelde ik me voor. Een glimmend glad kistje, mooier dan de presenten zelf. Even verderop in het boek was er een hofdignitaris. En er waren koeterende hofdames. Ik dacht aan iets met sigaren en de hofdames deden ongetwijfeld iets duifachtigs. Ik vroeg niet aan mijn vader hoe het precies zat. Ik keek wel uit.
Marjolijn Hof schreef in 2006 haar eerste boek voor basisschoolkinderen, Een kleine kans. In 2007 werd dit bekroond met de Gouden Uil jeugdliteratuurprijs, de Gouden Uil Prijs van de Jonge Lezer en de Gouden Griffel.